De werkende drent

Willeke Loots heeft voor de werkgroep Fokken zonder gokken een verhelderend artikel geschreven over de veelzijdigheid van de Drentsche Patrijshond.

Het valt niet te ontkennen …we hebben hier te maken met een jachthond, maar ook zonder actief te jagen kun je op een fijne en bijzondere manier met deze mooie vriend bezig zijn.

 

 

12644885_950851168324421_5768144704089022379_n

 

 

Deel 1

De werkende Drent, door Willeke Loots.532246_442008725830321_1404817969_n

Behalve dat een Drentsche Patrijshond een hele leuke, lieve en mooie hond is, is het ook een jachthond. En dat moet hij blijven! Dat hoort bij het karakter.
Zoals in veel rasbeschrijvingen staat te lezen is de Drent een boerenerfhond die zowel het huis en erf bewaakte maar ook mee ging jagen voor eten in de pot!
Het is daarom ook heel erg leuk om iets met de Drent op het gebied van jacht of jachttraining te gaan doen.

Ook al gaat men helemaal niet jagen, er zijn diverse manieren om toch iets met het jachtinstinct van onze Drent te doen.
En dat doen ze graag!
De Drent is een allround jachthond: dat wil zeggen dat de Drent zowel voor als na het schot werkt.
Dit zijn verschillende disciplines die met een Drent allebei goed te doen zijn.
En hoewel een Drent best eigenwijs kan zijn, kan men met een goede training en een gezonde dosis humor best een heel eind komen en een prima werkende jachthond krijgen.

Hieronder beschrijf ik de 3 verschillende disciplines die behoren tot het werk van een allround jachthond zoals de Drent.

12042996_1039962746034913_6967742951097628660_n

Veldwerk: het werk voor het schot

Onder veldwerk wordt verstaan het door de hond systematisch afzoeken van een veld, op de wind, naar veerwild.
Met veerwild bedoeld men fazant en patrijs.
Vervolgens moet de hond het wild “voorstaan” . Dit betekent dat de hond het wild als het ware aanwijst en vastzet.
De voorjager kan dan de hond naderen en samen laten ze dan het wild vliegen/ er uit lopen.
Eventueel zou de (voor) jager het wild dan kunnen schieten als jacht een jacht betrof.

Bij de wedstrijden schiet de voorjager bij het opgaan van het wild met een alarmpistool.
De hond moet bij het opgaan van het wild op de plaats blijven, dus het wild niet achtervolgen.
Nou, dat valt wel mee toch als je het zo snel leest.
Niets is minder waar!
Ik vind het de leukste tak van de jachthondensport maar tevens de moeilijkste.
Want men is van heel veel factoren afhankelijk.

Ten eerste moet de hond natuurlijk willen jagen. Hij moet het veld af willen zoeken naar veerwild met veel passie. Hij moet het wild willen vinden.
Daarbij moet hij dat in samenwerking met de voorjager doen en dus niet geheel op eigen houtje! De hond moet contact houden met de voorjager maar wel zelfstandig het veld afjagen.
Dit is een heel dun lijntje!
Wanneer is de hond helemaal voor zichzelf bezig en wanneer jaagt hij samen met de voorjager?11037031_1039962712701583_8980019188540574237_n
Want men moet de hond ook zijn werk laten doen en hem niet teveel, of eigenlijk helemaal niet lastig vallen met commando’s zoals roepen en fluiten.
Wat we wel graag zien is dat de hond toch door subtiele signalen contact houdt met de voorjager.
Vervolgens is het weer een heel belangrijke factor.
De hond zal het veerwild op de wind zoeken. Dat betekent dat hij met behulp van de wind de geur van het veerwild opzoekt.  ( verwaaiing)
Harde regen, storm, geen wind, koude oosten wind zijn bijvoorbeeld weersinvloeden die het vinden van veerwild voor de hond veel moeilijker maken.
Het veerwild zelf is natuurlijk een belangrijke factor.
Ten eerste moet er dat wel zitten, en ten tweede is het fijn als het een beetje meewerkt.

Hoenders zoals patrijzen en fazanten zullen zich bij naderend gevaar drukken. Ze drukken zich naar de grond en blijven daar doodstil zitten.
Dit is de taak van de voorstaande hond om dit te bewerkstelligen; dat het veerwild zich drukt. De hond houdt daarbij het wild op de plaats, zet het wild vast, en dat noemen we “voorstaan”
Maar een fazantenhaan zal echt niet altijd op zijn dooie gemakkie blijft zitten wachten en die zal proberen weg te komen. Veelal door hard weg te lopen.
Hierbij moet de hond dus zijn jachtverstand gebruiken en zorgen dat hij de fazant vastzet en voorstaat.

Patrijzen kunnen bijvoorbeeld heel “ril” zijn. Bij het minste geringste vliegen ze al op.
Dat is ook moeilijk om ze dan goed vast te zetten. De hond moet dan zelfstandig in kunnen schatten waar hij moet stoppen en de patrijzen dus voorstaat zodat de patrijzen blijven zitten.

Als laatste factor; de oefenmogelijkheden. Die zijn er erg weinig in Nederland helaas.
Veerwild wordt steeds schaarser en men mag ook bijna nergens meer zomaar “op wild” gaan oefenen.

Dat is wel een heel belangrijk punt want een hond leert de vaardigheden door veel in het veld te komen en daarbij veel onder wild te komen.
De hond moet leren hoe het wild zich gedraagt, hoe het wild het best te benaderen enzovoort.
Natuurlijk zit het er genetisch in meer of mindere mate in maar het is daarbij wel heel belangrijk om het ook voldoende te ontwikkelen en dan kan alleen door heel veel ervaring op te doen in het veld.
Jammer dat die mogelijkheden steeds minder worden want de honden vinden het erg leuk om te doen!

536553_498874836792457_1391475430_n

Bron: fokkenzondergokken.com

 

 

 

 

Facebooktwitterlinkedinmail

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *