Die Brucke!

1280px-Bréck_Déiljen1Twee uur rijden hier vandaan ligt het paradijs. Het is niet alleen mijn paradijs, maar een plek waar goeie herinneringen zijn ontstaan samen met mijn ouders, broers en zus en vele families van alle kanten en vrienden en kennissen. Een niet-ingewijde moet er niet te veel van verwachten, en als je de gaspedaal indrukt bij het naderen van de plek ben je er in 5 seconden alweer langs.

In 1961 hobbelde mijn ouders in hun eerste auto over kronkelige Luxemburgse wegen en besloten na 6 uur rijden dan maar hun tent op te zetten in het weiland van een boer langs een ruige rivier. Vanaf dat moment stonden alle vakanties in het teken van terugkeren naar deze plek. Het werd een 2de huis, een gevoel, een mythe, een paradijs. Langs de camping, waar in de jaren zestig nauwelijks toeristen kwamen, liep een spoorlijntje en kwam er dagelijks twee keer een stoomtrein langs. De machinist  had al snel de Bustin bende geschoten in het weiland en drie weken lang weerkaatste de hoge tonen van de stoomfluit door het dal en vulde onze longen zich met bijtende stoom.

Het was een smal dal, uitgeschuurd door de rivier en aan de overkant van de rivier lagen donkere bossen in een toentertijd nog donkerder Duitsland. Er was wel een verbinding, een stenen brug, maar die was afgesloten voor verkeer en aan de Duitse kant was een slagboom die nooit openging en zat een in strak uniform gestoken douanier, met gevaarlijk uitziende Duitse herder, de hele dag in een klein houten hokje. Wij, de kinderen waren niet op de hoogte wat zich daar twintig jaar geleden in de bossen had afgespeeld, hingen ondersteboven aan de slagboom en probeerde dan toch de herdershond aan te halen. De Duitser bleef zwijgend in zijn houten hokje zitten en schudde alleen maar nee als we de hand uitstaken naar zijn hond.

Thuis hadden we al vele vrijheden maar de rivier, het bos van tant Marie, de geheimzinnige Duitse kant en enorme rotsformaties moesten allemaal ontdekt worden en trokken we uren erop uit en vergaten tijd en plaats! Helemaal gebruind en met gebleekte blonde haren kon ik moeilijk weer het ritme van school oppakken als we weer thuis waren, en voelde altijd een dof gevoel van heimwee naar een plek waar ze duits, frans en een Luxemburgs dialect door elkaar heen brabbelde. De rivier bleek dan ook nog eens twee namen te hebben, de Sauer en  Sûre. Dertig kilometers zuidwaarts verdween ze dan helemaal van de kaart en ging ten onder in de Moezel.

In de jaren zeventiger jaren veranderde er iets. De camping liep vol met opgeschoten jeugd met brommertjes, fietsen en bier. De hond en de douanier verdween en pijnlijk moesten we de overwinningskreten aanhoren aan  de overkant van de Sauer toen “der Bomber” Nederland de genadeslag gaf. En opeens was het paradijs niet meer hip, het voldeed niet meer aan de wensen van de tijd. Het moest mooier, duurder en luxer zijn. Ook ik nam afscheid ……maar de heimwee bleef. En als het daar al zo mooi was dan zou het toch meer zuidelijker, westelijker en oostelijke nog mooier zijn? Maar dat viel tegen….het werd er niet mooier op maar lelijker, te veel mensen, zware industrieën, drukke wegen en geen vrijheid.

Hoewel niet meer de oneindig lijkende vakanties van drie weken, was er toch nog altijd een moment om even het dorpje aan te doen. Even te kijken en te controleren dat er echt niets veranderd was en dat “Die Brucke” er nog altijd lag. Inmiddels mogen ook auto’s oversteken en hoef je niet helemaal door te rijden tot Bollendorf, of terug te keren naar Wallendorf.

En nu nog, als het onbegrip en frustratie de overhand nemen en eindelijk het koppetje gaat hangen, de toetsen aan elkaar plakken, en tik ik “Tränenlay” of “Dillingerbruck” in, dan is het kind nog altijd kind.

 

Facebooktwitterlinkedinmail

3 thoughts on “Die Brucke!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *